IJsland - 2007

Dag 1 Amsterdam - Keflavik - Blue Lagoon - Nesjavellir
Op maandag 30 juli 2007 vertrokken Roger en Geraldine voor een georganiseerde groepsreis naar IJsland met Djoser ( www.djoser.nl ). Na een korte vlucht van 3 uur arriveerde we op de luchthaven Keflavik waar onze reisbegeleidster, Annette, ons verwelkomde in een regenachtig IJsland Het programma ging direct van start!
Onze eerste activiteit was een bezoek aan de Blue Lagoon. Middenin een lavaveld ligt een melk – blauw thermaal bad met een watertemperatuur van ongeveer 38 graden C. Er worden geneeskrachtige werkingen aan het water toebedeeld, maar één ding is zeker, je huid wordt helemaal zacht. Het superverwarmde zeewater is rijk aan blauw-groene algen, mineralen zouten en fijne silicaan modder. Daar hebben we heerlijk gepoedeld in het warme water. Onze eerst nacht verbleven we in de buurt van Nesjavellir. Nesjavellir is bekend om zijn geotherminale fabriek. Gaten in de grond van 2km halen water naar boven van 380 graden C waarmee de energie voor Reykjavik, 23 km verder gelegen, wordt opgewekt.
Gedurende deze reis verbleven we hoofdzakelijk in eenvoudige slaapzakaccommodaties met toilet en douche op de gang.

the blue lagoon

Dag 2 Nesjavellir - Thingvellir - Geysir - Gullfoss - Hrauneyar
De tweede dag bracht al direct een aantal hoogtepunten. Als eerste een bezoek aan Thingvellir (de vlakte van het parlement). De kloof Almannagjá ontstaat door het uit elkaar drijven van de Amerikaanse en Europese tektonische platen. Op deze plaats kwam het parlement vanaf 930 jaarlijks bijeen.
Vervolgens een bezoek aan 's werelds bekendste geiser: Geysir. De geiser Geysir, welke de naam gegeven heeft aan alle andere geisers in de wereld, werkt helaas niet meer, wat waarschijnlijk veroorzaakt wordt doordat er in het verleden te veel rotzooi in gegooid is, maar gelukkig is de altijd betrouwbare Strokkur maar een paar meters verwijderd. De geiser Strokkur zorgt iedere 10 minuten voor een indrukwekkend spektakel. Geisers ontstaan wanneer geothermaal verwarmd water vast komt te zitten in een smalle spleet. Het water aan de oppervlakte koelt af, en het water ondergronds wordt extreem heet welke overgaat in stoom en het koude water erboven weg blaast.
Na de geisers werd het tijd voor de watervallen. De eerste tijdens deze vakantie was de Gullfoss, een waterval die zich in twee etappes naar beneden stort. De Gullfoss wordt ook wel aangemerkt als IJslands meest bekende waterval. Het water valt van 32meter en laat een gordijn van waterdamp achter waarna het vervolgens verder in een smal ravijn valt. In de twintiger jaren van de vorige eeuw was het bijna afgelopen met de Gullfoss, aangezien er plannen waren om in de Hvitá rivier een dam te leggen. Gelukkig weigerde de landeigenaar Tómas Tómasson om het land te verkopen.
Om de dag af te sluiten nog twee andere watervallen bezocht, de Hjálparfoss en de Háifoss. De Háifoss is IJslands twee-na-langste waterval met een duik van 122meter.

 

Bij de gijzer Strokkur

Dag 3 Hrauneyar - Landmannalaugar
Op woensdag 1 augustus brachten we een bezoek aan het Nationaal Park Landmannalaugar. Veelzijdig gekleurde bergen, kalmerende warme bronnen, lavastromen en blauwe meren maken Landmannalaugar uniek. Tijdens een prachtige wandeling van 4 uur hebben we kunnen genieten van een prachtig uitzicht. Na afloop zwemmen in een warm beekje, echt fantastisch! Zowel warme als koude stromen water van beneden Laugahraun voegen zich samen tot een natuurlijk bad en vormen het meest ideale warm waterbad mogelijk.
Over het algemeen kan gezegd worden dat we redelijk weer hebben gehad. Geraldine heeft zich met muts, handschoenen en thermo-ondergoed goed geweerd tegen de af en toe gure wind. De temperatuur lag zo tussen de 10 en 15 graden, als de zon er door kwam was het ook direct lekker.

 

 

 

Wandeling in Nationaal Park Landmannalaugar

Dag 4 Hrauneyar - Seljalandfoss - Skógafoss - Skógar
Op donderdag begon de dag met de Seljalandfoss, de favoriete waterval van Geraldine. Het leuke aan deze waterval is dat je er achter langs kunt lopen! Vervolgens via een hobbelweg en door het water naar Gigjökull. De Gigjökull komt uit in een kleine lagune welk gevuld is met kleine ijsbergen. Tijdens de lunch konden we de gletsjer en de lagune bewonderen. Aan het einde van de dag werden we getrakteerd op de Skógafoss met een prachtige regenboog. Na een korte, steile wandeling naar boven ontdekte we nog een paar kleine watervalletjes. Onze accommodatie had uitzicht op de waterval. De Skógafoss is 62meter hoog.

Skógafoss

Dag 5 Skógar - Dyrhólaey - Kirkjubaejarklauster
De volgende dag was het grauw en regenachtig en er stond veel wind. Op de rotsklomp Dyrólaey hebben we de wind getrotseerd om de papegaaiduikers te zien. De vogels lieten zich ondanks de wind toch nog zien. Helaas was het weer 's middags te slecht om naar Lakagigar te gaan. We zijn door gereden naar onze volgende accommodatie in Kirkjubujarklaustur, hier verbleven we in 6-persoons bungalows ( www.horgsland.is ). Maar na al het natuurschoon van de eerste dagen was het ook wel lekker om even te relaxen.

Papegaaiduikers
Door zijn droevige, clowneske gezichtsuitdrukking, het kleine, ronde lichaam op korte poten en de tamelijk dikke kop waaruit een stevige , kleurrijke snavel naar voren steekt, ziet de papegaaiduiker er wonderlijk en sympathiek uit. Uiterlijk zijn mannetjes en vrouwtjes niet van elkaar te onderscheiden. Het mannetje is alleen een fractie groter dan het vrouwtje.
Het opvallendste kenmerk van de papegaaiduiker is zijn reusachtige, kleurige snavel, waaraan hij zijn Nederlandse naam te danken heeft. Het duurt 4-5 jaar, voordat de snavel bij de jonge vogels volledig is ontwikkeld.
In het voorjaar vormen zich op het snaveloppervlak felgekleurde, hoornachtige lamellen. Hierdoor lijkt de snavel groter en valt hij veel meer op. 's Winters vertonen de mondhoeken een vlezig, rood, dof, slap aanhangsel, dat later felgeel wordt. De kleur van de snavel speelt een belangrijke sociale rol: soortgenoten zien eraan dat de vogel geslachtsrijp is en, onder bepaalde omstandigheden, dat hij zich agressief zou kunnen gedragen.
Zowel bij het mannetje als bij het vrouwtje krijgt het oog in het voorjaar twee verhoornde aanhangsels. Dat boven het oog is driehoekig van vorm en doet denken aan de schmink van een clown; het bezorgde de vogel de bijnaam 'clown van de zee'.
Het dichte verenkleed is waterdicht en zorgt voor een uitstekende warmte-isolatie. Dit is een absolute noodzaak voor de papegaaiduiker, die zeven maanden per jaar op de golven leven, vaak bij temperaturen die bijna niet boven de 0° C komen. Het winterkleed en voorjaarskleed verschillen na de jaarlijkse rui van elkaar in de kleur van de wangen, die 's winters grijs zijn en in de lente wit worden.
De vleugels zijn kort (in gesloten toestand 16,5-16,9 cm lang), smal en bedekt met talrijke veren, die elkaar ruim overlappen. De slagpennen zijn stijf en gesloten om weerstand te kunnen bieden aan de waterdruk. De vleugels zijn namelijk echte roeiorganen, waarmee de papegaaiduikers zich onder water voortbewegen. Door deze bouw moet de vogel bij het vliegen zó snel met de vleugels slaan, dat de vleugelslagen nauwelijks met het oog te volgen zijn. Op lage hoogte is de vlucht direct. Vliegen doet de papegaaiduiker vooral in de broedtijd, en wel heen en weer tussen de kolonie en de visgronden.
De poten van de papegaaiduiker zijn anders dan die van de andere alkachtigen. Ze zijn kort, zitten ver naar achteren aan het lichaam en zijn verantwoordelijk voor de waggelende gang van het dier op het land. In tegenstelling tot de meeste alkachtigen, die op hun hielen steunen, staat de papegaaiduiker, net als het merendeel van de vogels, op zijn tenen. De poten bezitten slechts drie voorste tenen - de grote teen ontbreekt - die door vliezen met elkaar verbonden zijn. Ze eindigen in stevige nagels, die geschikt zijn om mee te graven. De poten zijn buiten de broedtijd geel, maar in het voorjaar worden ze vermiljoen (hoogrode kleur) door een zeer sterke toestroming van bloed.
De zintuigen van de papegaaiduiker zijn, zoals bij alle vogels, op het gehoor en het gezichtsvermogen na, weinig ontwikkeld. Dit laatste is bij de papegaaiduiker onder water bijna net zo goed als erboven*

Papegaaiduikers

Dag 6 Kirkjubaejarklauster - Skaftafell nationaal park -
Zaterdag 4 augustus, het programma beloofde veel goeds. In de ochtend onderweg gestopt bij Nupsstadur om een kerkje te bewonderen met een met gras bedekt dak. De boerderijgebouwen dateren van de 19de eeuw en de kerk werd al genoemd vanaf 1200. De kerk is opgedragen aan St Nicholas. De kerk is gerenoveerd in 1957 bij Einar Jónsson en is een van de laatste turf kerken van IJsland.
Daarna naar het Skaftafell Nationaal Park gereden. Europees grootste nationaal park bevat adembenemende collectie van pieken en gletsjers. Om eens de gletsjers van dicht bij te bekijken, hebben we er een wandeling gemaakt .Na het aanmeten van de klimijzers en instructies, kon de wandeling op de gletsjer beginnen. Wat een aparte ervaring om op een gletsjer te lopen, een immens uitzicht. Af en toe een beetje eng om langs een spleet te lopen, maar gelukkig hadden we een gids bij ons. Na de gletsjerwandeling zijn we naar een andere bekende waterval gelopen, de Svartifoss, de ‘zwarte' waterval stort zich van een wand van basaltblokken in het diepe.

IJswandeling op de gletsjer

Dag 6 Jökullsarlónlangune - Höfn
's Middags ging onze reis weer verder en kwamen we aan bij de Jökullsarlón gletsjerlagune. Hele grote brokken ijs drijven in een meer. De brokken zijn afgebroken van de Breidamerkurjökullgletsjer. Tijdens een tochtje met een amfibievoertuig hebben we goed zicht gehad op dit wonder van de natuur. Het ijs heeft onder zo'n grote druk gestaan dat het bijna geen lucht meer bevat, waardoor het smeltproces veel langzamer gaat. Aan de kleur van het ijs kan je zien wat er allemaal met het ijs gebeurd is. Gewoonlijk is het ijs doorzichtig, maar als het ijs heel dik is en de zon schijnt erop dan wordt het blauw. De blauwe kleur wordt veroorzaakt doordat niet al het licht door het ijs heen kan gaan en onze ogen kunnen alleen het blauw niet aan waardoor het ijs blauw lijkt. Als het ijs wit is, dan is de ijsberg omgevallen, heeft de zon erop geschenen of heeft het geregend. Hierdoor is het oppervlakte niet meer egaal en wordt het licht weerkaatst. Door het getij in het meer, blijven de ijsbergen zich verplaatsen, dan weer richting zee, dan weer richting gletsjer. Het uitzicht is dan ook nooit hetzelfde.
Later hebben we nog een wandeling langs het strand gemaakt, echt zonnebaden is er hier niet bij, want het strand ligt vol met immens grote ijsbrokken. Naast al het ijs waren er ook veel vogels te bewonderen, maar er een goede foto van maken was nog een hele kunst.

Breidamerkurjökullgletsjer

Dag 7 Höfn - Öxivallei - Bakkagerdi
Zondag was de eerste reisdag. Na de eerste week hadden we nog maar een derde van de 3.200 km afgelegd. Tijdens de busreis hebben we een korte stop gemaakt bij de Follaldafoss. Via de Öxivallei bereikten we het plaatsje Bakkagerdi of ook wel Borgarfjördur Eystri genoemd. De populatie van Bakkagerdi bedraagt maar liefst 100 mensen. Meer dan een kroeg annex stenenwinkel en een multifunctionele ruimte, restaurant, muzieklocaal, ontbijtruimte, is er dan ook niet. Ook hier kregen we de kans om papegaaiduikers te bewonderen. De telelenzen werden dan ook op de camera's gedraaid en het spel kon beginnen. Helaas moet ik toch zeggen dat de papegaaiduikers de winnaars zijn, wat vliegen die dieren snel. Vanuit het hostel hadden we uitzicht op de baai en de zee.

Papegaaiduiker

Dag 8 Bakkagerdi - Raufarhöfn
Ook de volgende dag stond in het teken van reizen met de bus. Onderweg nog een stop gemaakt bij de Gljúfurárfoss om aan het einde van de middag aan te komen bij het op één na noordelijkste puntje van IJsland Via een korte wandeling bereik je de vuurtoren, Hraunhafnartangi met een prachtig uitzicht op zee. Helaas nog steeds niet boven de poolcirkel al zou je bijna naar de poolcirkel kunnen zwemmen, al is het water waarschijnlijk aan de koude kant. De vuurtoren ligt op 66 graden 32 11 terwijl de poolcirkel op 66 graden 32 35 ligt, toch nog altijd 2,5km.

Bijna 66graden noord

Dag 9 Rauferhöfn - Dettifoss - Mývatn - Akureyri
Dinsdag 7 augustus werd in de ochtend een kort bezoek gebracht aan Asbyrgi, een ravijn in de vorm van een hoefijzer. Het hoefijzer meet van noord naar zuid 3,5kilometer en heeft een breedte van gemiddeld 1kilometer. Door de beschutte omgeving is hier het enige bos van IJsland en de grap '' wat doe je als je in een IJslands bos verdwaald bent? Opstaan'', gaat hier dan ook niet op.
Vervolgens stonden de watervallen weer in het middelpunt van de belangstelling. Als eerste de Hafragilsfoss, daarna de Dettifoss. De Dettifoss is de krachtigste waterval van Europa. Een stroom van modder stort zich hier 44meter naar beneden. Een massief van 193.000 kubieke meter water, modder en puin valt elke seconde naar beneden. Een stukje verderop ligt de Selfoss. De Selfoss is maar 11meter hoog, maar is een veel schonere waterval dan de Dettifoss.
In de middag hebben we eerst de Krafla energie centrale bezocht. Het idee van de centrale dateert uit 1973, waarna er een aanvang gemaakt is met het boren van 24 gaten, totdat in 1975 er een nieuwe uitbarsting was van de Krafla in een serie van 9 erupties. In 1978 is de centrale gereed waarna er in 1996 een tweede turbine gebouwd werd wat de totale capaciteit van de centrale op 60 megawatt brengt.
Na de Krafla centrale zijn we het gebied gaan verkennen door een wandeling te maken in de (Leirhnjúkur) lavavelden van de Kraflavulkaan. Deze vulkaan is ontstaan in 1727 en had zijn laatste uitbarsting in 1984. De aardkorst is hier extreem dun en op enkele plaatsen is de grond heet. Het is zelfs nog mogelijk om het afkoelend lava van de uitbarsting van 1984 te voelen.

Dettifoss

Dag 10 Mývatn
Woensdag 8 augustus hebben we in de ochtend een korte stop gemaakt bij Skútustaoir om de pseudokraters te bezoeken. Deze kraters zijn ontstaan door gasexplosies toen de lava in het water stroomde. Vervolgens naar Dimmuborgir om een prachtige wandeling te maken naar de top van de vulkaan Hverfell. Hverfell is ongeveer 2.500 jaar geleden onstaan en heeft een hoogte van 463 meter en een doorsnee van 1 040 meter. De oppervlakte van de vulkaan bestaat uit los gravel, maar het uitzicht en de voldoening aan de top is dan ook groot. De wandeling start in de lavavelden om te eindigen met een klim naar de top van de vulkaan. Daarna naar de modderpotten van Námaskarq, je wordt bijna onwel van de zwavelgeur, maar het pruttelen van de modder is indrukwekkend om te aanschouwen. De middag sluiten we af met een bezoekje aan de Myvatn Nature Baths waar we de stof en de vermoeidheid van ons af kunnen laten glijden. Myvatn Nature Baths ook wel het noordelijk antwoord op de Blue Lagoon.. Maar de dag is nog niet compleet, want op de weg naar Akureyi stoppen we bij de prachtige Godafoss.

Lavavelden

Dag 11 Mývatn - Husavik - Vatnsnes
Vandaag, donderdag 8 augustus gaan we vroeg uit de veren en rijden we naar Husavik. Vanuit deze havenplaats vertrokken we voor een boottocht op zoek naar bultrugwalvissen. Ongelofelijk jammer, maar we hebben alleen dolfijnen gezien. Wat volgens de walvismaatschappij wel een soort van walvis is.
's Middags verkennen we Akureyi, de tweede grote stad van IJsland Een van de eyecatchers is de kerk van Akureyi, die veel gelijkenis vertoont met de kerk in Reykjavik. We vervolgen onze reis naar het schiereiland Vatnsnes, hier verblijven we in het Osar Hostel. In de baai ligt een groep met zeehonden.

Geraldine op walvissen jacht

Dag 12 Vatnsnes - Grundarfjördur
De volgende dag begint met een tocht over het schiereiland Vatnsnes en we rijden vervolgens door via Stykkishólmur naar Grundarfjördur in het westen van IJsland. Stykkishólmer is de grootste plaats van het schiereiland Snaefellsness en is gebouwd in een natuurlijke haven, maar is met een populatie van 1240 mensen niet echt groot te noemen. Grundarfjördus wordt daarentegen beschermd bij een berg genaamd Kirkjufell (463meter). In Grundarfjördus hebben we ook onze laatste gemeenschappelijk maaltijd.

Gedroogde vis

Dag 13 Grunderfjördur - schiereiland Snaefellsnes - Eldborg - Reykjavik
Zaterdag 11 augustus maken we in de ochtend nog een mooie wandeling van Hellnar naar Arnarstapi en komen uit bij een grote trol. Via Borgarnes komen we aan in Reykjavik, de hoofdstad van IJsland De middag en avond verkennen we deze stad met als hoogtepunt de Hallgrimskirkja.

Dag 14 Reykjavik - Keflavik - Amsterdam (geen foto's)
Zondagochtend vertrekken we om 8 uur voor de korte vlucht terug naar Nederland.

Hallgrimskirkja

Bron * http://www.frankhogenkamp.tmfweb.nl/

Links

Landenweb